BELGIAN BIOSAFETY SERVER : Samenwerkingsakkoord inzake bioveiligheid
[Inhoudsopgave] [Volgende]
[FR]
INLEIDING
Gelet op de richtlijn 90/219/EEG van 23 april
1990 van de Raad inzake het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen;
Gelet op de richtlijn 90/220/EEG van 23 april
1990 van de Raad inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen
in het milieu;
Gelet op de richtlijn 94/15/EG van de Commissie van
15 april 1994 betreffende de aanpassing, voor de eerste maal, aan de technische vooruitgang
van Richtlijn 90/220/EEG van de Raad inzake de doelbewuste introductie van genetisch
gemodificeerde organismen in het milieu;
Gelet op de richtlijn 94/51/EG van de Commissie
van 7 november 1994 betreffende aanpassing aan de technische vooruitgang van Richtlijn
90/219/EEG van de Raad inzake het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde
micro-organismen;
Gelet op de richtlijn 75/442/EEG van de Raad van 15 juli 1975 inzake de afvalstoffen
gewijzigd in het bijzonder door de richtlijn 91/156/EEG van de Raad van 18 maart
1991
Gelet op artikel 39 van de Grondwet;
Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen,
gewijzigd door de bijzondere wetten van 8 augustus 1988, van 16 januari 1989,
van 5 mei 1993 en van 16 juli 1993, inzonderheid artikel 6, § 1, II, 1° tot 3° en
VI, al. 3 en artikel 92bis §§1, 5 en 6;
Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen,
inzonderheid artikel 42;
Gelet op de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen, inzonderheid
artikel 132 aangaande de bepalingen betreffende de bewuste verspreiding van genetisch
gemodificeerde organismen;
Gelet op de beslissing van het Overlegcomité Regering-Executieven van 2 oktober
1991 tot oprichting van een recombinant DNA overlegcomité en de taken van
deze;
Overwegende dat de richtlijnen 90/219/EEG
en 90/220/EEG de
bescherming van de gezondheid en het leefmilieu beogen;
Overwegende dat de richtlijn 90/220/EEG
de harmonisering van de interne markt beoogt bij de ontwikkeling en het in de handel
brengen van genetisch gemodificeerde organismen of produkten die er bevatten;
Overwegende de belangrijke wetenschappelijke en economische weerslag van de toepassing
van deze richtlijnen op de sectoren van wetenschappelijk onderzoek, van produktontwikkeling
op basis van genetisch gemodificeerde organismen, van de produktie en het in de handel
brengen van in het bijzonder farmaceutische-, voedings- en landbouwprodukten op basis
van genetisch gemodificeerde organismen;
Overwegende de Belgische economische en monetaire unie en de noodzaak tot het vermijden
van obstakels voor het vrij verkeer van goederen tussen de Gewesten;
Overwegende in het bijzonder dat de verschillen in de federale en gewestelijke
reglementeringen met betrekking tot de doelbewuste introductie van GGO's tot
ongelijke concurrentievoorwaarden of tot belemmeringen zouden kunnen leiden bij
de ontwikkeling en het in de handel brengen van produkten die dergelijke organismen
bevatten, waardoor de werking van de markt nadelig kan worden beïnvloed;
Overwegende dat algemene en passende procedures noodzakelijk zijn voor de evaluatie
van de bioveiligheid van GGO's en dit ongeacht het toe te passen reglementair kader;
Overwegende de verplichting van de Lidstaten van de Europese Unie deel te nemen aan
een uitwisselingssysteem van informatie met betrekking tot alle dossiers ingediend
in het kader van een toelatingsaanvraag tot doelbewuste introductie van GGO's in
het leefmilieu voor onderzoeks- en ontwikkelingsdoeleinden en voor enig ander doel
dan het in de handel brengen;
Overwegende de dringendheid een wettelijk en specifiek administratief kader te verschaffen
aan de vele toelatingsaanvragen ingediend door de gebruikers, zowel de Belgische
als deze van andere Lidstaten, in toepassing van richtlijn
90/220/EEG;
Overwegende de complementariteit van de respectievelijke bevoegdheden van
de federale Staat en van de Gewesten voor de toepassing van
deel B van de richtlijn 90/220/EEG;
Overwegende de noodzaak voor de federale Staat en de Gewesten om in toepassing van
voormelde richtlijnen over een gemeenschappelijk wetenschappelijk evaluatiesysteem
te beschikken om een objectieve en harmonieuze behandeling van de dossiers te verzekeren
zowel tegenover de kennisgevers, het publiek, de Europese Commissie als de andere
Lidstaten;
Overwegende dat om een dergelijk wetenschappelijk evaluatiesysteem te verwezenlijken
de tussenkomst moet worden geregeld op institutioneel vlak van de federale Staat
en de Gewesten in het beheer, de werking en de financiering van een Adviesraad voor
Bioveiligheid en een dienst van Bioveiligheid en Biotechnologie;
De Federale Staat vertegenwoordigd door de ministers die bevoegd zijn voor Landbouw
enerzijds en Volksgezondheid anderzijds;
Het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de minister-president en de minister bevoegd
voor Leefmilieu,
Het Waalse Gewest, vertegenwoordigd door de minister-president en de minister bevoegd
voor Leefmilieu,
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vertegenwoordigd door de minister-president en
de minister bevoegd voor Leefmilieu,
Hun eigen bevoegdheden gezamenlijk uitoefenend zijn overeengekomen wat volgt :
BELGIAN BIOSAFETY SERVER : Samenwerkingsakkoord inzake bioveiligheid
[Inhoudsopgave] [Volgende]
[FR]
|