ARCHIEVEN INGEPERKT GEBRUIK
BELGIAN BIOSAFETY SERVER : Besluit 9 december 1993 Brusselse Hoofdstedelijk Gewest
[Inhoudsopgave]

MINISTERIE VAN HET BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJK GEWEST

9 DECEMBER 1993. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de inrichtingen die activiteiten verrichten waarbij pathogene of genetisch gemodificeerde micro-organismen of organismen worden aangewend.

De Brusselse Hoofdstedelijke Regering,

Gelet op het Verdrag van Rome van 25 maart 1957, goedgekeurd door de wet van 2 december 1957, inzonderheid op artikel 130S;

Gelet op de Richtlijn 77/93/EEG van 21 december 1976 van de Raad van de Europese Gemeen-schappen betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen op het grondgebied van de Lid-Staten van voor planten en voor plantaardige produkten schadelijke organismen, inzonderheid de bijlagen I en IV, gewijzigd bij Richtlijn 92/103 van 1 december 1992;

Gelet op de Richtlijn 90/219/EEG van 23 april 1990 van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende het ingeperkte gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen;

Gelet op de Richtlijn 90/220/EEG van 23 april 1990 van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu, inzonderheid op artikel 2, 2 en de bijlage 1A;

Gelet op de Richtlijn 90/679/EEG van 26 november 1990 van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's, verbonden aan de blootstelling van biologische agentia op het werk; (zevende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16 § 1 van richtlijn 89/391/EEG), inzonderheid op de artikelen 1.3, 2, 6, 15, 18, gewijzigd bij de Richtlijn 93/88/EEG van 12 oktober 1993;

Gelet op de Richtlijn 91/414/EEG van 15 juli 1991 van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, inzonderheid op artikel 1.3;

Gelet op de beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 29 juli 1991, betreffende de Richtlijnen voor de indeling van de in artikel 4 van Richtlijn 90/219/EEG bedoelde genetisch gemodificeerde micro-organismen;

Gelet op de interpretatierichtlijnen, vastgelegd door de Technische Comités, die de Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft opgericht, in het kader van artikel 21 van de Richtlijnen 90/219/EEG en 90/220/EEG;

Gelet op de wet van 24 maart 1987 betreffende de gezondheid van de dieren, gewijzigd door de wetten van 29 december 1990, van 20 juli 1991 en van 2 september 1992;

Gelet op de ordonnantie van 30 juli 1992 betreffende de milieuvergunning, inzonderheid op artikel 76;

Overwegende de potentiële risico's voor de gezondheid en het milieu bij het gebruik van pathogene micro-organismen of organismen voor de mens of het milieu, of van genetisch gemodificeerde micro-organismen of organismen;

Overwegende de noodzaak om een efficiënt en samenhangend preventief beleid te voeren tegen de risico's, verbonden aan het gebruik van pathogene of genetisch gemodificeerde micro-organismen en organismen;

Overwegende de noodzaak om het toepassingsgebied van dit besluit uit te breiden tot het ingeperkte gebruik zowel van genetisch gemodificeerde organismen als van pathogene micro-organismen en organismen;

Overwegende enerzijds de inderdaad vaak gelijktijdige aanwezigheid van pathogene micro-organismen of organismen in de inrichtingen waar genetisch gemodificeerde organismen of micro-organismen worden gebruikt;

Overwegende anderzijds dat de veiligheid van de handelingen waarbij genetisch gemodificeerde micro-organismen of organismen worden gebruikt, wordt beoordeeld rekening houdend met de eigenschappen van de micro-organismen en organismen die donor en recipiënt zijn van genen en inzonderheid hun pathogeniteit voor de mens, de flora en de fauna;

Overwegende bovendien dat het ingeperkte gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen, zoals bepaald door de richtlijn 90/219/EEG, de noodzakelijk voorwaarde vormt voor de genetische modificatie van organismen, die geen micro-organismen zijn en dat sommige genetisch gemodificeerde organismen risico's kunnen teweegbrengen voor de gezondheid of het milieu, omwille van hun natuurlijk introductievermogen in geval van een stopzetting van de inperking;

Overwegende dat het gebruik van pathogene en/of genetisch gemodificeerde micro-organismen of organismen, het voorwerp vormt van toezicht in de hele Europese Gemeenschap en dat ons Gewest, in dat verband, bepaalde inlichtingen moet geven aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen;

Overwegende het dynamisme van het onderzoek en de ontwikkeling en de economische noodzaak om de korte proceduretermijnen, vastgelegd in Richtlijn 90/219/EEG, te respecteren;

Overwegende de verplichting om, overeenkomstig artikel 19 van de Richtlijn 90/219/EEG, zowel de informatie van het publiek te waarborgen als de vertrouwelijkheid van sommige technische gegevens van de dossiers waarvan de verspreiding de concurrentiepositie van de bij de toepassing van vermelde richtlijn betrokken exploitanten in gevaar kan brengen;

Gelet op de gecoordineerde wetten van 12 januari 1973 op de Raad van State, gewijzigd door de wetten van 9 augustus 1980, 16 juni 1989 en 4 juli 1989, inzonderheid op artikel 3, § 1;

Gelet op de dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door de noodzaak om concurrentie-vervalsingen te vermijden en om de risico's voor de volksgezondheid en voor het milieu, inherent aan deze activiteitencategorie in volle expansie, te voorkomen;

Gelet op het advies van de Raad voor het Leefmilieu van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest;

Op voordracht van de Minister van Leefmilieu;

Besluit :

Vorrige                   Volgende