Kennisgeving van nieuwe activiteit, wijziging van activiteit of vernieuwing van kennisgeving
Artikel 5.51.5.1. De gebruikers verantwoordelijk voor de activiteiten die toegelaten zijn in toepassing van de afdelingen 5.51.4., moeten een kennisgevingsdossier indienen bij de bevoegde instantie in geval van een nieuwe activiteit, een wijziging van activiteit of een vernieuwing van kennisgeving.
Artikel 5.51.5.2. §1. In het geval van activiteiten van categorie A en risicoklasse 1, moeten de gebruikers van GGM's en GGO's een register bijhouden van de verrichte werkzaamheden en dit op aanvraag voorleggen aan de Afdeling Milieuinspectie.
In het kader van de activiteiten waarbij pathogenen worden aangewend moet er geen kennis worden gegeven van het gebruik van nieuwe pathogenen voor zover hun risicoklasse niet hoger is dan de klasse waarvoor de milieuvergunning wordt verleend en op voorwaarde dat een catalogus kan worden voorgelegd op verzoek van de Afdeling Milieuinspectie.
Zij dienen de bevoegde instantie niet in te lichten, vooraleer een nieuwe activiteit van categorie A wordt aangevat, waarbij doelstellingen, micro-organismen, organismen, GGM's, GGO's, vectoren of genen worden ingezet die reeds het voorwerp hebben gevormd van een kennisgeving in toepassing van de artikelen 5.51.4.1. en 5.51.4.2.
§2. In het geval van een nieuwe activiteit van categorie B in risicoklasse 1, waarbij GGM's of GGO's worden gebruikt, bevat het kennisgevingsdossier de inlichtingen, opgesomd in bijlage 5.51.5., deel A en het betalingsbewijs van de dossierrechten bedoeld in artikel 5.51.8.1.
§3. In het geval van een nieuwe activiteit van categorie A van risicoklasse 2 of hoger, bevat het kennisgevingsdossier de inlichtingen, opgesomd in bijlage 5.51.5., deel B en het betalingsbewijs van de dossierrechten bedoeld in artikel 5.51.8.1.
§4. In het geval van een nieuwe activiteit van categorie B van risicoklasse 2 of hoger, bevat het kennisgevingsdossier de inlichtingen, opgesomd in bijlage 5.51.5., deel C en het betalingsbewijs van de dossierrechten bedoeld in artikel 5.51.8.1.
§5. Indien de gebruiker kennis heeft van nieuwe pertinente elementen van informatie of indien hij een activiteit of de toegelaten inperkingsmaatregelen wijzigt op dusdanige manier dat er zware consequenties zouden kunnen uit voortvloeien, vanuit het standpunt van de risico's verbonden met het ingeperkte gebruik of op een manier die onverenigbaar is met de gegevens waarvan de bevoegde instantie kennis heeft, of indien een toegelaten activiteit van categorie A moet evolueren naar een activiteit van categorie B, dient hij zo snel mogelijk een kennisgevingsdossier in te dienen bij de bevoegde instantie, overeenkomstig de modaliteiten van ¤¤2 of 3 of 4, afhankelijk van het geval. Drie maanden voor het verstrijken van de geldigheidstermijn van de beslissing over de kennisgeving, moet de aanvrager er de vernieuwing van vragen, overeenkomstig de bepalingen van ¤¤2 tot 4.
Artikel 5.51.5.3. §1. Met ingang van de datum van ontvangst van het dossier, in de dienst van de technische deskundige, evalueert deze de kennisgevingen en maakt hij zijn gemotiveerd advies over aan de bevoegde instantie
a) binnen dertig werkdagen in het geval van kennisgevingen bedoeld in artikel 5.51.5.2., §§2 of 3;
b) binnen vijfenveertig werkdagen in het geval van kennisgevingen bedoeld in artikel 5.51.5.2., §4.
§2. De activiteiten die het voorwerp hebben uitgemaakt van een kennisgeving overeenkomstig artikel 5.51.5.2., §§1, 2 of 3, mogen, behoudens andersluidende aanwijzing van de bevoegde instantie, worden aangevat na een termijn van zestig dagen vanaf de datum van het ontvangstbewijs of vroeger, indien de toelating door de bevoegde instantie wordt verleend. De activiteiten die stilzwijgend zijn goedgekeurd, mogen gedurende drie jaar worden uitgevoerd en de gebruiker zal zich moeten houden aan de inperkingsmaatregelen die hijzelf heeft voorgesteld.
§3. De activiteiten die het voorwerp hebben uitgemaakt van een kennisgeving, overeenkomstig artikel 5.51.5.2., §4, mogen niet worden aangevat zonder de toestemming van de bevoegde instantie. Deze deelt haar beslissing schriftelijk mee, ten laatste negentig dagen na de datum van het ontvangstbewijs. De voorwaarden van de toelating zullen met name de geldigheidsduur van de toelating vastleggen; deze mag in geen geval vijf jaar overschrijden. Het uitblijven van een beslissing na deze termijn wordt gelijkgesteld met een weigering, waarna een beroep kan worden ingesteld bij de Vlaamse minister, volgens de proceduremodaliteiten voorzien in hoofdstuk XIII van Titel I van het VLAREM.
§4. Voor de berekening van de termijnen, bedoeld in §§2 en 3, wordt geen rekening gehouden met de perioden tijdens dewelke de bevoegde instantie of de technische deskundige wachten op aanvullende informatie van de kennisgever of overgaan tot raadplegingen.
§5. De bevoegde instantie stuurt een afschrift van de kennisgeving van haar beslissing naar de technische deskundige en naar het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente op wiens grondgebied de activiteit(en) moet(en) plaatsvinden, met vermelding van de referentie van de milieuvergunning, de genomen beslissing en de voorwaarden vermeld in de beslissing. Indien de toelating wordt geweigerd, stuurt de technische deskundige, per aangetekende brief, de eventuele vertrouwelijke bijlage bij het kennisgevingsdossier naar de aanvrager terug.