ARCHIEVEN INGEPERKT GEBRUIK
BELGIAN BIOSAFETY SERVER : Besluit Vlaamse Regering 1 juni 1995
[Inhoudsopgave] [Vorige] [Volgende]


BIJLAGE 5.51.4.

Risicoklassen en fysiche inperkingsmaatregelen

C. Inperkingsmaatregelen voor de risicoklassen 1, 2, 3 en 4.

C.1 Onderzoek- en ontwikkelings-laboratoria

Aan elke risicoklasse beantwoordt een overeenkomstig inperkingsniveau, aangeduid met de letter L (laboratorium), vergezeld van het niveau van de risicoklasse (L1, L2, L3 en L4). In het specifiek geval van een activiteit waarbij fytopathogenen of sommige zoöpathogenen erkend niet-pathogeen voor de mens wordt gebruikt, gebeurt de bepaling van de inperkingsniveaus, ten opzichte van de risicoklasse, in functie van artikel 5.51.2.3., § 3. De eisen voor elk inperkingsniveau staan vermeld in tabel 1.

Gebruikte afkortingen

MVP van categorie II: microbiologische veiligheidspost, die een luchtafzuigingssysteem bevat, dat de werkoppervlakte in een permanente onderdruk houdt en waaruit de lucht wordt weggevoerd door filters van erg hoge efficiënte HEPA.

MVP van categorie III: microbiologische veiligheidspost, waarin de manipulatieruimte in onderdruk is, volledig afgesloten, enkel toegankelijk door middel van gehandschoende mouwen en waaruit de lucht wordt weggevoerd door filters van erg hoge efficiënte HEPA.

HEPA (High Efficiency Particulate Air): filter die de micro-organismen kan tegenhouden.

Tabel 1

Inperkings- en praktijkeisen in laboratoria van categorie L1, L2, L3 en L4.

N.B.: * : Geval per geval te evalueren in het geval van de niet genetisch gemodificeerde fytopathogenen die niet ook biologische agentia of zoöpathogenen zijn en in het geval van sommige niet genetisch gemodificeerde zoöpathogenen die niet mens-pathogeen zijn.

L1L2L3L4
Opstelling van de laboratoria

Het labo is gelegen hetzij in afzonderlijk gebouw, het zij in een geïsoleerde zone binnen het gebouw

neen

neen

aanbevolen

ja

Bekendmaking op de deuraanbevolenja*jaja
Toegang voorbehoudenaanbevolenjaja (en
nagezien)
ja (en
nagezien)
Waterdichtheid van de ramenneenneen (gesloten
tijdens de
experimenten)
ja (verzegelde ramen)ja (verzegelde
ramen en
onbreekbaar
glas)
Waterdicht lokaal zodat fumigatie mogelijk isneenneenjaja
Observatievenster of equivalent systeemneenaanbevolenjaja
Deur met automatische sluitingen vergrendeling neenafsluitbaarja*ja
Luchtsluisneenaanbevolen
(anders
kleedkamer)
ja
(dubbel)
ja
(dubbel)
Toegang tot de ontsmetting- en sanitaire installatiesjaja (in de
kleedkamer of
luchtsluis)
ja (in de
tweede
luchtsluis)
ja (in de
tweede
luchtsluis)
Wasbak zonder handbedieningneenaanbevolenjaja
Muren resistent tegen ontsmettingsmiddelenneenneenjaja
De gecontroleerde zone moet zodanig ontworpen zijn dat de inhoud van het gesloten systeem kan tegen gehouden worden bij verspreidingneenaanbevolenjaja
Werkoppervlakken zijn base- en zuurbestending en bestand tegen organische oplosmiddelen en oxyderende stoffenaanbevolenjajaja
Electrisch systeem

Autonoom systeem bij panne

neen

neen

ja*

ja*

Communicatie

Interfone en telefoon in het lokaal

neen

neen

ja*

ja (niet
manueel)

Brandalarmneenneenjaja
Lucht

Negatieve luchtdruk in de gecontroleerde zone

neen

aanbevolen

controle en
alarmsystemen

ja

Eigen ventilatiesysteemneenneenaanbevolenja (controle
en alarm-
systemen
Filter van ventilatiesysteemneenneenja* (HEPA
bij de afvoer)
ja (HEPA
bij de toe-
en afvoer)
Systeem dat toelaat filters te vervangen en besmetting te vermijdenneenaanbevolenja*ja
Luchtverversing, voldoende om de luchtbesmetting tot een minimum te herleidenaanbevolenaanbevolenjaja
Inperkingsuitrusting

Rookvang met vertikale laminaire stroom voor alle activiteiten in open fase

neen

ja* (MVP
categorie II)

ja* (MVP
type II)

ja* (MVP
categorie II
of III)

Autoclaafin het gebouwin de nabijheidin het lokaal*in het lokaal
Autoclaaf met dubbele ingangneenneenja*ja
Centrifuge in het lokaalneenja, niet indien
lekvrije buizen
jaja
Werkwijze

Fysische inperking van levende micro-organismen of organismen

ja

ja

ja

ja

Mechanische pipeteringjajajaja
Vorming van aërosols minimaliseren minimaliserenvermijdenvermijden
Speciale kledij die het lokaal niet verlaatneenja*ja*ja
Handschoenenneenja (onder
de rookvang)
ja*ja*
Rondlopen van dierenneenneenneenneen
Controleprogramma van insecten en knaagdierenneenaanbevolenjaja
Ademhalingsmaskers voor de manipulatie van dieren, van micro-organismen of van sporogone GGMneenneenjaja
Ontsmetting van de druiprekkenaanbevolendagelijkstijdens de
experimenten*
tijdens de
experimenten
Doucheneenneenja* (naargelang
het geval
bij de uitgang)
ja* (bij de uitgang)
Ontsmetting van kleren voor ze buitengaanneenoptiejaja
Opleiding van het personeeljajajaja
Medisch toezichtneenja*ja*ja*
Afval

Ontsmetting biologisch afval vóór lozing

chemische
inactivatie of
autoclaaf

chemische
inactivatie of
autoclaaf

autoclaaf

autoclaaf

Ontsmettingsmiddelen in de hevelsneenneenja*ja
Ontsmetting van de effluenten van de spoelbakken en douches vóór eindafvoerneenneenaanbevolenja
Ontsmetting van het materiaal (glaswaren, kooi, enz) voor het schoonmaken, hergebruiken of vernietigenaanbevolenja*jaja


ARCHIEVEN INGEPERKT GEBRUIK
BELGIAN BIOSAFETY SERVER : Besluit Vlaamse Regering 1 juni 1995
[Inhoudsopgave] [Vorige] [Volgende]