ARCHIEVEN INGEPERKT GEBRUIK
BELGIAN BIOSAFETY SERVER : Besluit Vlaamse Regering 1 juni 1995
[Inhoudsopgave] [Vorige] [Volgende]


BIJLAGE 5.51.4.

Risicoklassen en fysiche inperkingsmaatregelen

C. Inperkingsmaatregelen voor de risicoklassen 1, 2, 3 en 4.

C.4. Menselijke vaccinatie gebruik makend van GGO's en genentherapie

1. Bepaling van de inperkingsniveaus

Het door de kennisgever voorgestelde inperkingsniveau, dat beantwoordt aan de hierna opgesomde criteria, wordt door de bevoegde instantie goedgekeurd na een evaluatie, geval per geval, door een technische deskundige. Deze houdt rekening met het gastheer organisme van de vector, met het overgedragen genetisch materiaal, met de toedieningswijze en -techniek en met elke andere informatie, die het risiconiveau van de geplande activiteit kan bepalen.

2. Inperkingseisen voor de vrijwilligers- of ziekenkamers, naargelang de risicoklasse van de experimenten

Naar analogie met de inperkingseisen, die worden toegepast in de laboratoria voor onderzoek en ontwikkeling, kunnen de inperkingsniveaus worden ingedeeld in kamers van categorie TL1, TL2, TL3 (T voor therapie). Een inperking van categorie L4 wordt, a priori, niet nagestreefd.

Op algemene wijze zijn de hierna beschreven gebruikspraktijken, gewone toevoegingen aan de gebruikte ziekenhuispraktijken, meer in het bijzonder in de steriele zones.

a) Inperking TL1: de conventionele kamers en regels die in het ziekenhuismilieu gelden

b) Inperking TL2: de eisen voor elk inperkingsniveau staan vermeld in tabel 3.

Tabel 3

Inperkings- en praktijkeisen in de kamers van categorie TL1, TL2 en TL3 voor de menselijke vaccinatie en de gentherapie.

TL1TL2TL3
Lokaalconventionele
ziekenhuiskamer
beschermde sectorbeschermde sector
Bio-risicosymbool bij de ingang neenjaja
Materialennaar keuzegemakkelijk ontsmetbaargemakkelijk ontsmetbaar
Luchtdruknormaalnormaalnegatief
Luchtsluis met automatisch sluitende deurenneenneenja
Filterneenneenja (HEPA)
Toegang voorbehouden aan het ziekenhuispersoneel
neenjaja
Ontsmetting van de lokalenneendagelijksbij elke hantering
Autoclaafneenin de buurtin het lokaal (met dubbele
ingang)
Specifieke kledij die in het lokaal blijftneenjaja
DNA onderzoek in de biologische vloeistoffenneenja (via PCR)ja (via PCR)
afvalvernietigingneenvia autoclaaf of inactiverende
stoffen
via autoclaaf of inactiverende
stoffen


ARCHIEVEN INGEPERKT GEBRUIK
BELGIAN BIOSAFETY SERVER : Besluit Vlaamse Regering 1 juni 1995
[Inhoudsopgave] [Vorige] [Volgende]