Microbiologische veiligheidswerkkasten Microbioveiligheidswerkkasten (MVK's) zijn manipulatieruimtes die de bescherming van de proefnemer en het leefmilieu verzekeren bij manipulaties die mogelijk infectieuze aerosols kunnen genereren. Deze dienen te worden ontworpen, aangemaakt en te voldoen aan prestatie-eisen en moeten gewaarmerkt zijn op basis van tenminste een van kracht zijnde internationale norm (referenties). Drie klassen van MVK's worden onderscheiden :
1. MVK klasse I : manipulatiewerkruimte die vooraan gedeeltelijk open is en aldus ontworpen dat een aanzuigsysteem een onderdruk teweegbrengt en daardoor grotendeels verhindert dat aërosols die binnen deze ruimte ontstaan uit, deze ruimte kunnen ontsnappen. De luchtcirculatie is te vergelijken met deze van een chemische trekkast. Nochtans moet de lucht die bovenaan uitgestoten wordt ten minste via één HEPA-filter gefilterd worden. De instromende lucht heeft een gemiddelde snelheid tussen 0,7 en 1 m/sec en is niet gefilterd. Deze veiligheidswerkkast verzekert de bescherming van de proefnemer en van de omgeving maar niet deze van het behandelde monster. De voorzijde bestaat uit een doorzichtige wand die een vaste opening afbakent van 20 - 25 cm. De afgevoerde lucht mag terug in omloop gebracht worden in het labo of naar buiten geëvacueerd worden. 2. MVK klasse II : manipulatiewerkruimte die vooraan gedeeltelijk open is en waarin een neerwaartse verticale steriele laminaire luchtstroom ontwikkeld wordt. Ze is dusdanig gebouwd dat dank zij een onderdruk die vooraan een luchtstroom creëert (zogenaamde lucht-barrière), grotendeels verhinderd wordt dat aerosols die binnen deze ruimte ontstaan, uit deze ruimte kunnen ontsnappen. De verticale laminaire luchtstroom die door de werkruimte geleid wordt, wordt langsheen het werkoppervlak aangezogen of gaat doorheen het werkoppervlak ingeval het geperforeerd is. De lucht die bovenaan uitgestoten wordt, moet tenminste via één HEPA-filter gezuiverd worden en mag rechstreeks in het laboratorium of via een uitstootsysteem naar buiten worden uitgestoten. Deze veiligheidswerkkast verzekert de bescherming van de proefnemer, de omgeving en het behandelde monster. De Europese norm met betrekking tot de criteria voor de prestatie-eisen van microbioveiligheidswerkkasten (norm EN12469) voorziet bepalingen voor de bescherming van het leefmilieu. Bijkomende
informatie: de manipulatiewerkruimte wordt voorzien van een gefilterde
luchtstroom (absoluut filter), die uniform en éénrichtingsgewijs
gericht is naar onderen. De laminariteit van de stroom wordt verzekerd
door de afmetingen van de manipulatiewerkruimte, door de ruimte die onder
overdruk staat en de filter voorafgaat, en door een homogene verdeling
van de snelheid van de luchtstroom : 0,4 m/s ± 20%
op elk vlak. De luchtstroom wordt door middel van de aanzuigbanden voor
en achter het werkoppervlak terug aangezogen, vervolgens via de ventilator
naar de ruimte in overdruk geblazen en wordt tenslotte naar de uitstootfilter of opnieuw naar de manipulatieruimte gevoerd na filtratie. De verlichting bevindt
zich buiten de werkruimte teneinde de laminaire flux niet te verstoren.
De snelheid van de laminaire lucht is tussen 0,25 en 0,45 m/sec (ideaal
0,40 m/sec) en deze van de binnenkomende luchtstroom tussen 0,38 en 0,70
m/sec (ideaal 0,50 m/sec). De voorkant bestaat uit een schuifraam, vast
of afneembaar, bestaande uit veiligheidsglas en met een opening van 20 - 25 cm tijdens de manipulaties. In tegenstelling tot microbioveiligheidswerkkasten klasse I is het behandeld monster beschermd van kruisbesmettingen die kunnen voortkomen als gevolg van de manipulatieruimte door de gefilterde verticale laminaire luchtstroom en van externe besmettingen door het feit dat de vooraan binnenkomende lucht onmiddellijk wordt gevangen door de openingen die vooraan het werkoppervlak geplaatst zijn. Afhankelijk van het gekozen model zullen microbioveiligheidswerkkasten uitgerust zijn met één
of twee motoventilators en UV lampen.
3. MVK klasse III : Deze veiligheidskast verzekert de hoogste bescherming van de proefnemer en wordt gebruikt voor de manipulatie van micro-organismen van risicoklasse 4. Alle toegangswegen zijn verzegeld teneinde deze luchtdicht te maken. Binnenkomende lucht wordt via een HEPA filter gefilterd en de buitengaande lucht gaat tevens via HEPA filters. De luchtstroom wordt verzekerd door een externe evacuatiesysteem, wat een onderdruk de veiligheidswerkkast veroorzaakt (200 Pa aangeraden door de norm EN 12469). Het werkoppervlak is toegankelijk via dikke uit rubber vervaardigde handschoenen die aan de openingen van de veiligheidskast zijn vastgehecht. De MVK van klasse III moet voorzien zijn van een doos die doorheen de veiligheidswerkkast kan gebracht worden. Deze moet kunnen worden gesteriliseerd en is uitgerust met een HEPA filter. In afwezigheid van deze doos moet de microbioveiligheidskast kunnen worden aangesloten aan een doorgeefautoclaaf teneinde het materiaal dat in de MVK wordt geplaatst of deze verlaat, te ontsmetten. MVK's van klasse III zijn geschikt voor manipulaties in laboratoria van inperkingsniveau 3 en 4.
|