[FR] Contact  Over deze website  Ga naar het Belgium.be portaal  Ga naar het FOD portaal   Ga naar de website van de Vlaamse milieuadministratie    Ga naar het BIM website    Ga naar het portaal van het Waals gewest   Ga naar het WIV website
BELGIAN BIOSAFETY SERVER
  [Home Page] [Vorig Menu] [Zoek]

Ingeperkt gebruik van GGO's en pathogenen
'Frequently Asked Questions': Begrippen en definities

(Last révision: September 11, 2007 )
----------------------------------------------------------------------------------

- FAQ BD1  : Wat is een ingeperkt gebruik van GMO's en pathogenen ?

Dit betreft een activiteit waarbij organismen genetisch worden gemodificeerd of waarbij genetisch gemodificeerde en/of pathogene organismen worden gekweekt, opgeslagen, getransporteerd, vernietigd, verwijderd of op elke andere manier worden gebruikt en waarbij specifieke inperkingsmaatregelen worden benut om het contact van deze organismen met de bevolking en het milieu te beperken teneinde deze voor laatsten een hoog veiligheidsniveau te verzekeren. Een activiteit kan worden uitgevoerd in een laboratorium (onderzoek, diagnostiek), een animalarium (kleine en/of grote dieren), een serre, een ziekenkamer (gentherapie) of een inrichting voor procedés op grote schaal (productie).

- FAQ BD2 :   Wat is een Genetisch Gemodificeerd Micro-organisme (GGM) ?

Een micro-organisme voldoet aan de volgende definitie : elke cellulaire of niet-cellulaire microbiologische entiteit met het vermogen tot replicatie en/of overbrenging van genetisch materiaal met inbegrip van virussen, viroïden, dierlijke en plantaardige celculturen. Met andere woorden gaat het om bacteriën, schimmels en gisten, virussen en viroïden, niet conventionele agentia verbonden met TSEs (BSE, Creutzfeldt-Jakob disease, Scrapie) alsook celculturen.

Een GMM is een micro-organisme waarvan het genetisch materiaal gewijzigd is op een wijze die van nature door voortplanting en/of natuurlijke recombinatie niet mogelijk is.

Voorbeelden van GMM : Een Escherichia coli die een gen uitdrukt dat codeert voor een humaan eiwit voor onderzoeksdoeleinden. Een Bacillus subtilis die een gen uitdrukt voor een enzym voor productiedoeleinden (industriële of therapeutische toepassingen). Een virale vector (bijvoorbeeld een adenovirus) die een gen draagt dat voor een interleukine codeert die gebruikt wordt bij gentherapie.

- FAQ BD3 : Wat is een Genetisch Gemodificeerd Organisme (GMO) ?

Een organisme voldoet aan de volgende definitie : elke biologische entiteit, met inbegrip van micro-organismen, met het vermogen tot replicatie of overbrenging van genetisch materiaal.

Een GMO is een organisme, al dan niet pathogeen, waarvan het genetisch materiaal gewijzigd is op een wijze die van nature door voortplanting en/of natuurlijke recombinatie niet mogelijk is.

Voorbeelden van GMOs : een transgene muis gebruikt voor onderzoeksdoeleinden (ook 'knock-out' muizen). Een genetisch gemodificeerd konijn met het vermogen een eiwit te produceren voor therapeutische doeleinden. Een transgene plant die resistent is aan een herbicide.

- FAQ BD4  : Wat zijn pathogene organismen ?

Pathogene organismen omvatten zowel humane pathogenen , zoöpathogenen en fytopathogenen .

•  Humane pathogenen zijn micro-organismen, celculturen en endoparasieten, met inbegrip van hun genetisch gemodificeerde afgeleiden, die het vermogen hebben om een infectie, een allergie of een intoxicatie te veroorzaken bij de immunocompetente mens.
Voorbeelden : Bacteriën : Legionella pneumophila, Salmonella enteritidis, Mycobacterium tuberculosis ; Virus: rotavirus, hepatitis B virus, HIV; Parasieten: Trypanosoma cruzi , Giardia lamblia , Plasmodium falciparum ; Schimmels en gisten: Aspergillus fumigatus, Candida albicans.

•  Zoöpathogenen zijn micro-organismen, celculturen en endoparasieten, met inbegrip van hun genetische gemodificeerde afgeleiden, die het vermogen hebben om een infectie, een allergie of een intoxicatie te veroorzaken bij de immunocompetente dieren. Voorbeelden : Bacteriën: Haemophilus parasuis, Yersinia ruckeri, Mycobacterium bovis ; Virussen: Feline clacivirus, Rat coronavirus, Bluetongue; Parasieten: Babesia equi , Sarcopta scabiei.

•  Fytopathogenen zijn organismen, met inbegrip van hun genetisch gemodificeerde afgeleiden, die het vermogen hebben om een ziekte te veroorzaken bij gezonde planten. Voorbeelden : Bacteriën: Agrobacterium tumefaciens ; Virussen: Maize dwarf mosaic virus, Grapevine fanleaf virus; Schimmels en gisten: Aspergillus niger

Deze pathogene organismen worden in klassen ondergebracht. Meer informatie aangaande de classificatie van pathogene organismen en de lijst van deze organismen is beschikbaar op de volgende webpagina (in het Engels, weblink)

- FAQ BD5  : Wat is het verschil tussen een primaire inperking en een secundaire inperking ?

De primaire inperking is het geheel van inperkingsmaatregelen die de verspreiding van (micro-) organismen in de werkomgeving beperken, terwijl de secundaire inperking het geheel van inperkingsmaatregelen inhoudt die de verspreiding van (micro-)organismen in de omgeving buiten de werkzone beperkt.

•  Voorbeelden van primaire inperking  : de uitrusting die de inperking van spatten en aërosols toelaten zoals gesloten buisjes, HEPA filters (absolute filter), de microbiologische veiligheidskasten (MVK), isolatoren. Voor procedés op grote schaal bestaat de primaire inperking uit de fermentor.

•  Voorbeelden van secundaire inperking  : het lokaal waar het ingeperkt gebruik van GMO's en/of pathogenen plaatsvindt alsook verschillende andere technische installaties.

Opmerking : in sommige gevallen spreekt men ook over tertiaire inperking* . In dit geval betreft dit het gebouw waar de ingeperkte gebruiken plaatsvinden alsook de veiligheidsprocedures die binnen het gebouw worden toegepast. Een tertiaire inperking vermijdt de accidentele blootstelling van de bevolking aan biologische risico's in geval van ongeval.

*V. Halkjaer-Knudsen. Design considerations for large scale production of biologicals: GMP and Containment synergies. Anthology of Biosafety. VIII. Evolving Issues in containment. J. Richmond  Editor. 2005 (ABSA), pp. 39-67.

- FAQ BD6: Wat is zelfclonering?

Volgens de regionale wetgeving ingeperkt gebruik kunnen GGO's die volgens bepaalde technieken opgebouwd zijn vrijgesteld worden van de toepassing van deze wetgeving.

Een van deze technieken is zelfklonering van micro-organismen en organismen van risicoklasse 1 en van meercellige organismen, uitgenomen de kiemcellen van menselijke oorsprong.

Onder zelfclonering wordt verstaan: ".... het verwijderen van nucleïnezuursequenties uit een cel van een organisme, al dan niet gevolgd door de reïnsertie van dit nucleïnezuur of een deel daarvan (of een synthetisch equivalent) - eventueel na een aantal voorafgaande enzymatische of mechanische bewerkingen - in cellen van dezelfde soort of cellen van een fylogenetisch nauw verwante soort waarmee de eerstgenoemde soort genetisch materiaal kan uitwisselen door middel van bekende fysiologische processen, voorzover het onwaarschijnlijk mag worden geacht dat het resulterende micro-organisme of organisme een ziekte kan verwekken bij mens, dier of plant.

Bij zelfklonering mag gebruik worden gemaakt van recombinante vectoren waarvan het gebruik in combinatie met de betrokken micro-organismen of organismen in de loop der tijd veilig is gebleken" .

Een voorbeeld van zelfclonering is een genetisch gemodificeerde schimmel Aspergillus oryzae , van risicoklasse 1, en   waarin een aantal kopieën zijn ingebracht van het lactase gen van dezelfde schimmel voor productie van lactase op grote schaal voor toepassingen in de voedingsindustrie.

- FAQ BD7: Wat is een isolator?

De term "isolator" duidt op het type veiligheidsuitrusting dat in proefdierverblijven wordt gebruikt. Er bestaan verschillende uitvoeringen voor: het kunnen volledig afgesloten kooien zijn voor muizen voorzien van een HEPA filter op de afgevoerde lucht. Zij kunnen bv. dienen voor huisvesting van muizen geïnoculeerd met recombinante virale vectoren (adenovirus, lentivirus). Het kan ook handschoenkast zijn, te vergelijken met een bioveiligheidskast klasse III, met HEPA gefilterde luchttafvoer en luchtaanvoer, en voorzien van een decontaminatiesas, meestal een watersas met ontsmettingsmiddel. Dit type wordt gebruikt voor infectieproeven van proefdieren met via de lucht overdraagbare pathogene organismen, bv. infectie van kalkoenen met Chlamydiales.

Meer gedetailleerde informatie over isolator is beschikbaar (weblink).

- FAQ BD8 : Wat is een bioveiligheidscoördinator ?

De titularis van een milieuvergunning van een ingedeelde inrichting waar een ingeperkt gebruik van GGO's en/of pathogenen plaatsvindt moet een bioveiligheidsverantwoordelijke (Brussels Hoofdstedelijk Gewest) of bioveiligheidscoördinator (Vlaams Gewest) benoemen. De bioveiligheidsverantwoordelijke/bioveiligheidscoördinator moet over de nodige bekwaamheden beschikken om zijn taak te vervullen en moet in het bijzonder ervaring hebben op het vlak van ingeperkt gebruik van GGO's en/of pathogene organsimen. De bioveiligheidsverantwoordelijke of bioveiligheidscoördinator moet over de nodige tijd en middelen beschikken om zijn werk uit te voeren. De bioveiligheidsverantwoordelijke of bioveiligheidscoördinator heeft tot taak de beoordeling van de risico's van het door de gebruikers gerealiseerde ingeperkt gebruik te superviseren en de door dit besluit vereiste kennisgevingen of toelatingsaanvragen te coördineren.

Bovendien moet hij :

  • zorgen voor de opleiding van de personeelsleden die betrokken zijn bij het ingeperkt gebruik ;
  • instaan voor het afvalbeheer;
  • ervoor zorgen dat er bij ongeval passende maatregelen worden genomen ;
  • de traceerbaarheid van de gegevens verzekeren ;
  • de wijze controleren waarop de GGO's en/of pathogene organismen worden opgeslagen en intern getransporteerd en de wijze waarop de lokalen worden ontsmet, alsook desbetreffende interne inspecties organiseren en eraan deelnemen;
  • waken over het onderhoud   en de controle van het apparatuur;
  • in het algemeen de bioveiligheid van de inrichting verzekeren;
  • waken over de naleving van de getroffen maatregelen en aan de gebruikers de nodige ondersteuning bieden;
  • supervisie houden over de risicoanalyse van de ingeperkte gebruiken van GGO's en/of pathogenen en de coördinatie en de supervisie bij het samenstellen van de bioveiligheidsdossiers waarborgen
 [Home Page] [Vorig Menu] [Zoek] Copyright ©2005 WIV-SBB  Contact  Privacy