[FR] Contact  Over deze website  Ga naar het Belgium.be portaal  Ga naar het FOD portaal   Ga naar de website van de Vlaamse milieuadministratie    Ga naar het BIM website    Ga naar het portaal van het Waals gewest   Ga naar het WIV website
BELGIAN BIOSAFETY SERVER
  [Home Page] [Vorig Menu] [Zoek]

Bijzondere rampenplannen voor hulpverlening betreffende het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen

(Laatste herziening: 12 Mei 2006)
----------------------------------------------------------------------------------

FAQ1: Welke inrichtingen waar ingeperkt gebruik van GGMs uitgevoerd wordt, moeten een intern rampenplan voorzien in het kader van de Ministeriële omzendbrief van 4 augustus 2005?

FAQ2: Confidentialiteit?

FAQ3: Wat moet een intern rampenplan omvatten?

FAQ4: Wat verstaat men onder "bronnen van gevaar" (formulier, punt 12) ?

FAQ1

Welke inrichtingen waar ingeperkt gebruik van GGMs uitgevoerd wordt, moeten een intern rampenplan voorzien in het kader van de Ministeriële omzendbrief van 4 augustus 2005?

In de Ministeriële omzendbrief van 4 augustus 2005, onder punt III 'Bijzondere rampenplannen voor hulpverlening', 2°/ 'Intern rampenplan', staat geschreven: "elke gebruiker die ertoe gehouden is een rampenplan op te stellen overeenkomstig de in punt III, 1°, opgesomde principes, moet een intern rampenplan aan de burgemeester bezorgen".

Deze zin slaat terug op diegenen die in het bezit moeten zijn van een bijzonder rampenplan voor hulpverlening. Volgens de Omzendbrief zijn dit alle inrichtingen waar ingeperkt gebruik van risicoklasse 3 en 4, alle inrichtingen waar ingeperkt gebruik van risicoklasse 2 (behalve indien anders beslist) en zeer uitzonderlijk inrichtingen waar ingeperkt gebruik van risicoklasse 1 wordt uitgevoerd.

In het kader van de bijzondere rampenplannen zijn dus met andere woorden, alle inrichtingen waar ingeperkt gebruik van risicoklasse 2, 3 en 4 uitgevoerd wordt, verplicht een intern rampenplan over te maken aan de burgemeester. De inrichtingen waar ingeperkt gebruik van risicoklasse 1 wordt uitgevoerd, zijn vrijgesteld (leidraad rampenplan, punt 11, pg 8).

FAQ2

Confidentialiteit?

Aangezien de dossiers aangaande bijzondere rampenplannen voor hulpverlening door verschillende overheidsdiensten zullen geëvalueerd worden (SBB, de gemeente, de provincie en de FOD Binnenlandse Zaken), roept dit vragen op inzake confidentialiteit.

Om deze vraag te beantwoorden, dient te worden verwezen naar artikel 19 van de Richtlijn 98/81/EG inzake ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen (GGMs), waarop de Ministeriële omzendbrief van 4 augustus 2005 inzake bijzondere rampenplannen voor hulpverlening gebaseerd is.

Zoals vermeld in artikel 19, paragraaf 3 is de vertrouwelijkheid zeker niet van toepassing op:

- De algemene karakteristieken van de GGMs, naam en adres van de gebruiker en de plaats van het ingeperkt gebruik.

Zoals in de leidraad beschreven staat, is het niet de bedoeling dat de gebruiker uitvoerige lijsten aan het dossier toevoegt waarin in detail alle mogelijke constructen, vectoren, inserten, bacteriën, cellijnen, enz., staan vermeld. Wel moeten de eigenschappen van het type gastheer- en donor organisme, vector en insert, evenals de types GGMs die eruit opgebouwd zijn, beschreven worden.

- De risicoklasse van ingeperkt gebruik en de inperkingsmaatregelen.

- De conclusies met betrekking tot de te verwachten effecten, met name de schadelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid en het milieu.

Zoals vermeld in de leidraad moeten indien gekend, de volgende elementen verschaft worden, daar ze zeer nuttig zijn voor het opstellen van een bijzonder rampenplan voor hulpverlening door de overheden: de ziektes die veroorzaakt    kunnen worden door het gevormde GGM, inbegrepen de allergene en toxische effecten, de manier van overdracht en de capaciteit van het GGM om te overleven in het leefmilieu na een accidentele faling van de inperking.

Indien de gebruiker het nodig acht dat bepaalde vertrouwelijke informatie van belang is voor het opstellen van het rampenplan, kan hij deze toevoegen aan het dossier onder gesloten omslag, met als vermelding dat de informatie vertrouwelijk moet worden behandeld. Men wenst te benadrukken dat er aantoonbare redenen moeten aangevoerd worden, opdat informatie als vertrouwelijk zou beschouwd kunnen worden (art. 19, §1). De bevoegde instantie besluit na overleg met de gebruiker welke informatie vertrouwelijk zal worden behandeld en brengt de gebruiker op de hoogte van haar besluit (art 19, §2).

De bevoegde instanties mogen geen confidentiële informatie doorgeven aan derden, ook dienen zij de rechten inzake de intellectuele eigendom van de ontvangen gegevens te beschermen (art 19, § 3).

Wanneer de gebruiker zijn dossier intrekt, moet de bevoegde instantie de vertrouwelijkheid van de verschafte informatie respecteren (art 19, § 4).

 [Home Page] [Vorig Menu] [Zoek] Copyright ©2005 WIV-SBB  Contact  Privacy