Document SBB0401CU022NL van 15 januari 2004

aangepast 18 december 2006

Referentiedocument dat door de Afdeling Bioveiligheid en Biotechnologie gebruikt wordt als bijlage aan de adviezen die afgeleverd worden aan de bevoegde overheden of aan de kennisgevers in het kader van de regionale besluiten inzake ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde organismen en/of pathogenen.

De lijst in onderstaand kader is opgesteld door de Afdeling Bioveiligheid en Biotechnologie in het kader van zijn functie als technisch expert bepaald door het Samenwerkingsakkoord van 25 april 1997. Deze verklarende lijst is opgesteld op basis van de bepalingen van de regionale besluiten betreffende het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde organismen en/of pathogenen. Zij beschrijft in omgangstaal de minimale inperkingsvereisten waaraan inrichtingen moeten voldoen die onder de toepassing van deze besluiten vallen. Zij moet gevolgd worden onverminderd supplementaire inperkingsmaatregelen die geval per geval zouden kunnen opgelegd worden in het kader van toelatingen die afgeleverd worden door de bevoegde overheden in toepassing van bovenvermelde besluiten.

Aanbevelingen voor het beheer van afval en/of residueel biologisch materiaal in geval van gecentraliseerd beheer met tussenkomst van een externe afvalverwerkingsmaatschappij

----------------------------------------------------------------------------------

Inleiding

Afval en/of residueel biologisch materiaal moet geïnactiveerd worden door middel van een geschikte en gevalideerde procedure, en dit onafgezien van de risicoklasse van het ingeperkt gebruik of het overeenstemmend inperkingsniveau.
In sommige gevallen mag de inactivatie plaatvinden in een ruimte verschillend van deze van de inperkingszone of de inrichting en mag de exploitant de inactivatie toeverwijzen aan een externe afvalverwerkingsmaatschappij. Het afvaltransport binnen de inrichting zowel als het afvalbeheer door de externe afvalverwerkingsmaatschappij moet voldoen aan de bepalingen van het besluit aangaande het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde organismen en/of pathogenen, aan elk ander reglement in voege aangaande het beheer van dit soort afval en, in het bijzonder, aan de hieronder vermelde criteria.
Hieronder worden de aanbevelingen van het SBB opgesomd inzake beheer van afval en/of residueel biologisch materiaal dat ontstaat als gevolg van de activiteiten van ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde organismen en/of pathogenen in geval van een gecentraliseerd afvalbeheer met tussenkomst van een externe afvalverwerkingsmaatschappij.

Aanbevelingen

Het bewerkstelligen van een betrouwbaar, traceerbaar, coherent en gecentraliseerd afvalbeheer moet berusten op geschreven procedures die van toepassing zijn voor de inrichting in zijn geheel en de activiteiten van ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde organismen en/of pathogenen die er plaatsvinden.

De basisprincipes van zo'n beheer omvatten volgende kenmerken :

  • de verzameling van potentieel besmet materiaal in laboratoria/lokalen (met inperkingsniveau 1, 2);
  • het transport naar een opslagruimte die gelegen is op de site van de inrichting, onder condities die de veiligheid van de volksgezondheid en leefmilieu verzekeren;
  • de verwijdering van dit soort afval door een erkende gespecialiseerde firma).

Aanbevelingen inzake verpakking van biologisch besmet materiaal:

  • voldoende verpakkingen (zakken of containers) moeten voorhanden zijn om verdere handelingen en manipulaties, zoals sortering, verpakking of het opnieuw verpakken te voorkomen of te beperken;
  • de verpakkingen moeten voldoende ondoorlatend zijn teneinde het lekken van residuele vloeistoffen te voorkomen onder normale omstandigheden van gebruik en behandeling;
  • de verpakkingen moeten voldoende resistent zijn om de voorziene inhoud te kunnen dragen zonder dat de verpakking open barst, scheurt of breekt;
  • zware, snijdende of stekende voorwerpen moeten worden verzameld in harde, onbuigbare verpakkingen;
  • de dimensie en de capaciteit van de verpakkingen moeten een veilige manipulatie toelaten;
  • de verpakkingen moeten gemerkt zijn met het internationaal pictogram verwijzend naar biologisch gevaar;
  • in geval van voorbehandeling moet het materiaal van verpakking compatibel zijn met de voorbehandelingsmethode (integriteit na behandeling) en doorlatend voor het steriliseermiddel (bv. stoom)
  • verpakkingen moeten hermetisch afsluitbare voorzieningen dragen teneinde de integriteit en de ondoorlaatbaarheid te verzekeren van de inperking tijdens het transport, zonder daarom het openen van verpakkingen te hinderen voorafgaand aan de autoclavering indien een voorbehandeling met stoom wordt uitgevoerd;
  • verpakkingen moeten uit het laboratorium verwijderd worden en naar de opslagruimte worden getransporteerd op regelmatige basis of zodra ze vol zijn.

De opslag van afval moet in een daartoe voorziene ruimte waar schoonmaakbenodigdheden voorhanden zijn om accidentele vloeistoflozingen te recupereren.
Het lokaal moet ontoegankelijk zijn voor dieren en voor niet toegelaten personeel en het lokaal moet regelmatig worden schoongemaakt.

Opslagruimtes moeten bovendien voldoen aan volgende criteria:

  • van op afstand leesbare panelen moeten aan de ingang van de inperkings- en/of voorbehandelingszone worden geplaatst teneinde een gemakkelijke identificatie van de toewijzing van elk van deze zones toe te laten. Volgende aanwijzingen moeten worden vermeld : het internationaal pictogram verwijzend naar biologisch gevaar, coördinaten van de verantwoordelijke, toewijzing van de zone;
  • een geschikte wateraansluiting voor het wassen van de handen moet voorhanden zijn in de opslag- of voorbehandelingsruimtes of moet toegankelijk zijn vanaf deze ruimtes;
  • het personeel dat niet voorbehandeld afval manipuleert moet beschermende kledij dragen die op een geschikte wijze kan worden vastgemaakt;
  • het dragen van handschoenen is een vereiste bij elke manipulatie van niet voorbehandeld afval. Handschoenen worden voorzichtig uitgedaan en onmiddellijk na gebruik verwijderd. Ze worden als biologisch besmet materiaal behandeld;
  • drinken, eten, roken, gebruik van cosmetica, manipulatie van contactlenzen en opslag van voedsel voor menselijke consumptie is verboden in de opslag- en voorbehandelingsuimtes.

Voor wat betreft het transport van verpakkingen buiten de inrichting, dienen transportmiddelen, die eventueel gebruikt worden voor de verzameling en verplaatsing van afvalzakken en -containers, zodanig ontworpen en gebouwd te zijn teneinde de lading, de vasthechting en de ontlading van containers of afvalzakken te vergemakkelijken zonder deze te beschadigen. Deze transportmiddelen dienen ook gemakkelijk reinigbaar en handelbaar te zijn.
Specifieke transportbenodigdheden voor de verzameling en opslag van afval, resulterend van laboratoriumactiviteiten, moeten gebruikt worden en deze moeten regelmatig ontsmet worden en/of telkens wanneer afval werd gemorst.

© Januari 2004 - Afdeling Bioveiligheid en Biotechnologie (SBB)

Wetenschappelijk Instituut Volkgezondheid
Sectie Bioveiligheid en Biotechnologie
J. Wytsmanstraat, 14
B-1050 Brussel - België

Info: contained.use@sbb.ihe.be