|
DIENSTEN VAN DE EERSTE MINISTER
22 FEBRUARI 1998
Wet houdende sociale bepalingen
Staatsblad van 03-03-1998
HOOFDSTUK VI
Bioveiligheid
Art. 226
In artikel 132 van de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen,
worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 2 wordt vervangen door de volgende bepaling :
« § 2. Onverminderd de bevoegdheid van de officieren van gerechtelijke
politie, houden de door de Koning, op gezamenlijk voorstel van de Ministers die bevoegd zijn voor de betrokken Ministeries, aangeduide ambtenaren en beambten
van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu en het Ministerie van Middenstand en van Landbouw, toezicht op de naleving
van de bepalingen genomen, enerzijds krachtens de internationale akkoorden en verdragen in verband met het gebruik van genetisch gewijzigde
organismen en, anderzijds, van het samenwerkingsakkoord van 25 april 1997 tussen de Federale Staat en de Gewesten betreffende de administratieve
en wetenschappelijke coördinatie inzake bioveiligheid. »;
2° de §§ 3 tot 14, luidend als volgt, worden ingevoegd :
« § 3. In de uitoefening van hun opdracht mogen zij :
1° alle inrichtingen, gedeelten van inrichtingen, vervoermiddelen, lokalen
of andere plaatsen, al dan niet in de open lucht, gelegen en bestemd voor nijverheids-,
handels-, landbouw-, ambachtelijke of wetenschappelijke aktiviteiten, betreden
of binnentreden;
2° wanneer zij deel uitmaken van of aanhorig zijn aan woongelegenheden van
de in het vorige lid aangegeven plaatsen deze slechts betreden tussen vijf uur
gs morgens en negen uur gs avonds, tenzij zij in het bezit zijn van een voorafgaandelijk
schriftelijke machtiging hiertoe afgeleverd door een rechter van de politierechtbank;
dergelijke machtiging is ten alle tijde vereist voor het binnentreden van plaatsen
die tot woning dienen;
3° zich alle inlichtingen en bescheiden doen verstrekken die zij tot het
volbrengen van hun opdracht nodig achten, en overgaan tot alle nuttige vaststellingen;
4° monsters nemen of onder hun toezicht laten nemen en deze laten analyseren.
§ 4. De door de Koning aangewezen ambtenaren en beambten stellen de overtredingen
van de bepalingen genomen, enerzijds, krachtens de internationale akkoorden en verdragen in verband met het gebruik van genetisch gewijzigde
organismen en, anderzijds, van het samenwerkingsakkoord van 25 april 1997 tussen de Federale Staat en de Gewesten betreffende de administratieve
en wetenschappelijke coördinatie inzake bioveiligheid, en van de ten uitvoer
genomen besluiten vast in processen-verbaal, die bewijskracht hebben behoudens
tegenbewijs; een afschrift ervan wordt binnen de vijftien kalenderdagen na de
vaststelling aan de overtreder toegezonden.
§ 5. Overtreding van de bepalingen genomen, enerzijds, krachtens de internationale
akkoorden en verdragen in verband met het gebruik van genetisch gewijzigde organismen, en anderzijds, van het samenwerkingsakkoord van 25 april 1997
tussen de Federale Staat en de Gewesten betreffende de administratieve en wetenschappelijke coördinatie
inzake bioveiligheid, of van de besluiten tot uitvoering ervan, kunnen worden
gestraft met een gevangenisstraf van een maand tot twee jaar en een geldboete
van 1 000 frank tot 50 000 frank, of van een administratieve boete.
De verbaliserende ambtenaar stuurt het proces-verbaal dat het misdrijf vaststelt
aan de Procureur des Konings alsook een afschrift ervan aan de door de
Koning aangewezen ambtenaar.
§ 6. De procureur des Konings beslist of hij al dan niet strafrechtelijk
vervolgt.
Strafvervolging sluit administratieve geldboete uit, ook wanneer de vervolging tot
vrijspraak heeft geleid.
§ 7. De procureur des Konings beschikt over een termijn van drie maanden,
te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om van zijn beslissing
kennis te geven aan de door de Koning aangewezen ambtenaar.
Ingeval de procureur des Konings van strafvervolging afziet of verzuimt binnen de
gestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven, beslist de door de Koning aangewezen ambtenaar overeenkomstig de modaliteiten en voorwaarden die
Hij bepaalt, of wegens het misdrijf een administratieve geldboete moet worden voorgesteld, nadat de betrokkene de mogelijkheid geboden werd zijn verweermiddelen
naar voor te brengen.
§ 8. De beslissing van de ambtenaar is met redenen omkleed en bepaalt het
bedrag van de administratieve geldboete, die niet lager mag zijn dan het minimum
van de geldboete bepaald door de overtreden wettelijke bepaling, noch hoger dan
het vijfvoudige van dit minimum.
Deze bedragen worden evenwel altijd vermeerderd met de opcentiemen vastgesteld voor
de strafrechtelijke geldboeten.
Bovendien worden expertisekosten ten laste gelegd van de overtreder.
§ 9. Bij samenloop van verschillende misdrijven worden de bedragen van de administratieve
geldboeten samengevoegd, zonder dat deze samen hoger mogen zijn dan het maximumbedrag bedoeld in § 5
van dit artikel.
§ 10. De beslissing bedoeld in § 8 van dit artikel wordt aan de betrokkene
bekendgemaakt bij een ter post aangetekende brief samen met een verzoek tot betaling
van de boete binnen de door de Koning gestelde termijn. Deze kennisgeving doet
de strafvordering vervallen; de betaling van de administratieve geldboete maakt
een einde aan de vordering van de administratie.
§ 11. Blijft de betrokkene in gebreke om de geldboete en de expertisekosten
binnen de gestelde termijn te betalen, dan vordert de ambtenaar de betaling van
de geldboete en de expertisekosten voor de bevoegde rechtbank. De bepalingen
van het Gerechtelijk Wetboek, inzonderheid die van het vierde deel, boek II en
boek III, zijn van toepassing.
§ 12. Geen administratieve geldboete kan worden opgelegd drie jaar na het
feit dat een bij deze wet bedoeld misdrijf oplevert.
De daden van onderzoek of van vervolging verricht binnen de in het vorige lid gestelde
termijn stuiten evenwel de loop ervan.
Met die daden begint een nieuwe termijn van gelijke duur te lopen, zelfs ten aanzien
van personen die daarbij niet betrokken waren.
§ 13. De Koning bepaalt de procedureregelen die van toepassing zijn op de
administratieve geldboeten.
De administratieve geldboeten worden gestort op een speciale rekening van de begroting
van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu.
§ 14. De rechtspersoon waarvan de overtreder orgaan of aangestelde is, is
eveneens aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboete. »
|